WIA

Per 1 januari 2006 is de wet Werk en Inkomen naar arbeidsvermogen ingevoerd. Deze wet is de opvolger van de WAO, die voor bestaande arbeidsongeschikten blijft bestaan.

Kernpunt van deze wet is : Werken wie werken kan. Er wordt niet meer gekeken naar arbeidsongeschiktheid maar naar het vermogen om, met eventueel beperkingen, nog arbeid te verrichten en hieruit inkomen te genereren. Er is dus minder snel sprake van arbeidsongeschiktheid en van een uitkering.

De WIA bestaat uit twee verschillende regelingen, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.

IVA (Inkomensvoorziening voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten)

De IVA geldt voor werknemers die voor meer dan 80% arbeidsongeschikt zijn en die geen of slechts geringe herstelkansen hebben. De IVA-uitkering bedraagt 70% van het eigen dagloon (met als bovengrens het maximum dagloon) en wordt verstrekt tot de eerste dag van de maand waarin men 65 wordt. In 2007 wordt besloten of de IVA-uitkering met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2006 wordt verhoogd naar 75% van het dagloon.

WGA (Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsongeschikten)

De WGA uitkeringen gelden voor werknemers die meer dan 35% arbeidsongeschikt zijn en die niet onder de IVA vallen.

De WGA kent twee uitkeringsperioden:
1. In de eerste periode ontvangt de arbeidsongeschikte een loongerelateerde uitkering. Deze uitkering vult de inkomensachteruitgang in verband met arbeidsongeschiktheid tot 70% van het gerelateerde dagloon aan. De duur van deze eerste periode is afhankelijk van de leeftijd die de betrokkenen heeft op de dag dat de uitkering ingaat en duurt maximaal 5 jaar. De overheid is van plan om deze duur te verkorten tot 3 jaar en twee maanden. Daarnaast geldt een toegangseis die gerelateerd is aan het arbeidsverleden: in de 39 weken voorafgaand aan de ziekte moet ten minste 26 weken zijn gewerkt. Wie niet aan deze eisen voldoet, valt direct onder de tweede uitkeringsperiode.

2. In de tweede periode bestaat recht op een loonaanvullingsuitkering of een vervolguitkering. Wie ten minste 50% van de resterende verdiencapaciteit benut, heeft recht op een loonaanvullingsuitkering, wie minder dan 50% benut, heeft alleen recht op een vervolguitkering. Er kunnen zich drie situaties voordoen.

Situatie A:
De betrokkene benut de verdiencapaciteit volledig. Er bestaat dan recht op een loonaanvullingsuitkering.
Stuatie B:
De verdiencapaciteit wordt niet volledig benut, maar wel voor ten minste 50%. Er bestaat recht op een loonaanvullingsuitkering.
Stuatie C:
De verdiencapaciteit wordt niet of minder dan 50% benut. Er bestaat recht op een vervolguitkering.

Het mag duidelijk zijn dat de werknemer groot financieel nadeel loopt bij arbeidsongeschiktheid en het is dus bijzonder belangrijk dat hij of zij zich hier goed tegen verzekerd. Met een collectieve WAO-hiaatverzekering en een eventuele Excedent (aanvullende) arbeidsongeschiktheidsverzekering kunt u voorkomen dat uw medewerkers te maken krijgen met een dergelijk (financieel) rampscenario. Deze verzekeringen zorgen er namelijk voor dat het inkomen van uw medewerker weer op 70% of zelfs 80% van het laatstverdiende salaris komt.

ga terug